De theedoek!

Ik heb een zwak voor theedoeken. Bij mij is het kastje met theedoeken een wir war aan kleuren, materialen en opdrukken. In de jaren bij elkaar gespaard. Heel soms denk ik, ik wil alles in 1 kleur en 1 print maar al snel bedenk ik me dan dat ik ze weg moet doen en dat gaat nooit lukken. Terwijl ik de doeken bekijk vraag ik me af, waarom heet het een theedoek? Na een beetje zoeken kom ik er achter dat er een paar theorieën zijn! Komen ze!

Als je het woord theedoek op zoekt in het woordenboek: thee·doek (de; m; meervoud: theedoeken) doek voor het afdrogen van het vaatwerk. Terwijl je het dan een vaatdoek zou kunnen noemen. En een vaatdoek doe je dan weer niet de vaat mee af maar het aanrecht, kortom tijd voor een onderzoek.

De eerste theorie is dat vroeger je als goede huisvrouw verschillende doeken bezat. Elke doek had zo zijn eigen structuur en doel. Zo kon je natuurlijk niet een met de hand afgewassen pan die je net voor uiensoep had gebruikt afdrogen met de dezelfde doek als waar je glazen mee af zou drogen! Want voor je het weet smaakt je drankje dan naar ui. Vandaar dat er speciale doeken waren voor pannen, voor poetsen en dus ook voor de kopjes waar de thee in werd geserveerd. Een theedoek. Omdat de huisvrouw anno nu wellicht iets minder grondig te werk gaat, en vaak niet eens meer de vaat afdroogt met de komst van de vaatwasser in 1924, is er veel veranderd omtrent de theedoek. Het is meer een doek geworden die we voor alles gebruiken behalve voor de handen. Dus tegenwoordig kan je met een gerust hart je pan afdrogen met een theedoek. De tweede theorie is een stukje vreemder en daarom wil ik die graag geloven. In de 18de en 19de eeuw was thee echt wel een heel deftig product wat nog een hele tijd enkel beschikbaar was voor de elite. Deze drank werd met zorg gezet en met zorg gedronken uit de mooiste, vaak handgeschilderde porseleinen kopjes. De dunwandige kopjes waren zo fragiel dat de sjieke dames er ontzettend voorzichtig mee waren. Uiteraard deden deze dames niet het huishoudelijke werk maar om nu de dienstmeid met haar werkhanden die tere kopjes te laten wassen, dat voelde niet goed. Ook de poetsdoeken van de meid waren vaak grof van structuur en de dames waren bang dat er beschadigen konden optreden. En dat was natuurlijk niet gewenst. Vandaar dat ze met mooie fijne doeken zelf, bij hoge uitzondering, de kopjes zelf wilde wassen en drogen, met een zogenaamde theedoek. Deze was uitsluitend voor de kopjes bedoeld. Het gebruik is in de jaren verdwenen, maar de doek is gebleven!